AVROTROS heeft bevestigd dat Nederland volgend jaar niet meedoet aan het Eurovisie Songfestival. De omroep vindt de toelating van Israël – die door de EBU officieel is bevestigd zonder stemming – onverenigbaar met haar publieke waarden. Volgens AVROTROS weegt het leed in Gaza zwaar, net als de beperking van persvrijheid en de vele slachtoffers onder journalisten. Een staakt-het-vuren of zelfs een vredesakkoord zou daar volgens de omroep niets aan veranderen.
De EBU zette Israël zonder stemming op de deelnemerslijst. Door nieuwe regels rond televoting en campagnevoering zou een discussie over toelating niet langer nodig zijn. Daardoor is Israël volgend jaar gewoon welkom in gastland Oostenrijk.
Nederland trekt zich nu officieel terug. Hoe Spanje, Ierland en IJsland reageren blijft spannend; zij dreigden eerder ook met een boycot als Israël zou deelnemen.
België blijft wel vertegenwoordigd: RTBF neemt deel, terwijl VRT het festival uitzendt maar tegelijk benadrukt dat het verbindende karakter van het Songfestival onder druk staat. De Vlaamse omroep blijft binnen de EBU pleiten voor meer inzet voor vrede, mensenrechten en medeleven.
Het Songfestival van 2026 belooft daarmee niet alleen muzikaal, maar ook politiek één van de meest beladen edities in jaren te worden. Overigens is Nederland niet het enige land dat het Eurovisie Songfestival volgend jaar overslaat vanwege de deelname van Israël. Ook Spanje, dat een van de vijf grote geldschieters van het evenement is, en Ierland hebben al besloten om niet meer mee te doen.
Vandaag openen we de Kluis van de Flops, en jawel: zelfs een Songfestival-winnares kan daar belanden. Niamh Kavanagh won in 1993 glansrijk voor Ierland met “In Your Eyes”, een klassieke Eurovisie-ballad van Jimmy Walsh. In Millstreet zong ze zich met 187 punten naar de top, maar in Nederland bleef de magie opvallend uit. De single kwam niet verder dan vijf weken Tipparade—en daarmee was het avontuur hier over en uit.
“In Your Eyes”, geschreven door Jimmy Walsh, is zo’n pure jaren ’90-ballad waarin de zangeres na eenzaamheid eindelijk liefde vindt. De demo werd trouwens ingezongen door een onbekende Idina Menzel, die een belangrijke key change voorstelde. Kavanagh aarzelde aanvankelijk om mee te doen aan het Songfestival, maar haar stem bleek precies wat de song nodig had.
Internationaal deed het nummer het wel degelijk goed: #1 in Ierland en #24 in Engeland. Bij ons? Een flitsbezoek aan de Tipparade – en weg was ze.
Nicky Stevens viert vandaag haar 75e verjaardag. Gefeliciteerd! De klassiek geschoolde zangeres begon al op jonge leeftijd te zingen, stond op haar zestiende in een nachtclub in Swansea en tourde door Europa en Zuid-Afrika voordat ze in 1972 werd ontdekt door Tony Hiller. Hij haalde haar binnen bij Brotherhood of Man, waar ze samen met Martin Lee, Lee Sheriden en later Sandra Stevens wereldwijde successen behaalde.
De eerste hit voor Brotherhood of Man kwam in 1974 met de single ‘Lady’. Een jaar later prijkte ‘Kiss me kiss your baby’ als hoogste op nummer 2 in de Nederlandse Top 40. In 1976 won de groep het Eurovisie Songfestival met het onweerstaanbare “Save Your Kisses for Me”, nog altijd een van de grootste songfestivalklassiekers. De hits “Angelo” en “Figaro” brachten hen opnieuw naar nummer 1 in de Britse charts.
Nicky bleef decennialang optreden, nam projecten aan als pianiste en sessiezangeres en bleef een vaste waarde in de nostalgische popscene. Gefeliciteerd, Nicky!
Going back in time! Op 27 november, maar dan in 1971, kwam How Do You Do van Mouth & MacNeal binnen in zowel de Veronica Top 40 als de Daverende Dertig. Het nummer werd geschreven door Hans van Hemert en Harry van Hoof, die ook het arrangement verzorgde. How Do You Do verschijnt op het debuutalbum Mouth & MacNeal en is na Hey You Love de tweede single van het duo.
Maggie MacNeal en Willem Duyn werden kort daarvoor samengebracht door Van Hemert, destijds producer bij het platenlabel Phonogram. Willem vertelde later over die opmerkelijke koppeling: “Hans kreeg het idee Sjoukje en mij bij elkaar te gooien. Ze was ook net geflopt. Twee flops bij elkaar dus. Ze hebben me zover gekregen. In het begin geloofde ik er nog niet zo in… Ik ben dik, zij is dun, ik ben oud, zij is jong, ik ben getrouwd, zij is ongetrouwd, ga zo maar door.”
De formule bleek echter een schot in de roos. Waar Hey You Love al de top 5 bereikte, ging How Do You Do er ruim overheen. De single werd meteen Alarmschijf op Radio Veronica en schoot in Nederland, België, Denemarken, Zwitserland en Nieuw-Zeeland naar nummer 1. Ook in Duitsland en Canada was het duo heel succesvol.
Zelfs Amerika zwichtte: in de Billboard Hot 100 bereikte How Do You Do de 4e plaats, goed voor meer dan een miljoen verkochte singles en een gouden plaat. In Nederland gingen er ruim 200.000 exemplaren over de toonbank. De populariteit kwam als verrassing voor de 21-jarige Maggie MacNeal, die het nummer aanvankelijk niet bijzonder vond en het liever als B-kant van Land of Milk and Honey had gezien.
Voor het internationale succes ontvingen Van Hemert, Van Hoof en Mouth & MacNeal in 1972 de allereerste Conamus Exportprijs. Opmerkelijk: in 2024 heeft Eminem een sample gebruikt van de flipside van een 50 jaar oude hitsingle van het Nederlandse duo Mouth & MacNeal .(Land of Milk and Honey).
Op 24 november 1973 verscheen ‘Do You Wanna Do It’ nieuw in de Daverende Dertig. Het nummer werd geschreven door Hans van Hemert en hij was tevens de producer voor ‘Do you wanna do it’. Het vrolijke, ietwat luchtige tussendoortje haalde uiteindelijk nummer 18, waarmee het duidelijk minder succesvol was dan voorganger Minnie Minnie, dat net de top 10 niet haalde in de Daverende Dertig. Misschien was de aandacht al elders, want Mouth & MacNeal waren in deze periode druk bezig met hun volgende grote stap: het Nationaal Songfestival 1974.
Net als in 1972 en 1973 koos de AVRO opnieuw voor één intern geselecteerde act met meerdere liedjes. Het duo won afgetekend met ‘Ik zie een ster’, dat in Brighton werd omgedoopt tot ‘I See a Star’. Daar eindigden ze knap als derde, achter ABBA en Gigliola Cinquetti – tot vandaag een van de beste Nederlandse Songfestival-prestaties.
Kort vóór Brighton dook het duo nog op een ander prestigieus podium op: het Festival van San Remo 1974! Met ‘Ah l’amore’ behaalden ze er een elfde plek, maar vooral veel internationale zichtbaarheid, dat handig was voor dat Eurovisie Songfestival, een maand later.
Afgelopen donderdag is de Zweedse zangeres Karin Glenmark op 73-jarige leeftijd overleden. Karin begon haar muzikale carrière in de jaren ’70 als onderdeel van de familiegroep Glenmarks, samen met haar broer Anders en oom en tante Bruno en Ann-Louise Hanson. Het viertal nam drie jaar achter elkaar deel aan Melodifestivalen, de Zweedse voorronde van het Eurovisie Songfestival, met respectievelijk “En liten sång som alla andra” (4e), “I annorlunda land” (8e) en “Lady Antoinette” (6e).
In 1983 deed Karin solo mee aan Melodifestivalen met “Se” en behaalde een mooie derde plaats. Een jaar later vormde ze met haar broer Anders het duo Gemini en scoorde met “Kall som is” de vierde plek. Gemini werd mede ondersteund door Björn Ulvaeus en Benny Andersson van ABBA, wat het duo een bijzondere connectie met het wereldberoemde Zweedse popfenomeen gaf. In 1985 had Gemini een bescheiden hit in Nederland met “Just Like That”, dat de 21e plaats in de Top 40 bereikte.
Karin Glenmark liet een muzikaal erfgoed achter dat in Zweden groter is dan in Nederland, maar haar stem en bijdragen aan de Scandinavische pop zijn tijdloos. Ze was moeder van drie kinderen, waaronder Nils Tull, actief in de band Hoffmaestro. Het nieuws van haar overlijden werd pas dinsdag openbaar, maar haar nalatenschap in de Zweedse pop blijft voortleven.
De Duitse tekstschrijver en producer Bernd Meinunger is overleden op 81 jarige leeftijd. Meinunger was een van de productiefste liedschrijvers van Duitsland, verantwoordelijk voor ruim 5500 nummers, waarvan er meer dan 200 de internationale hitlijsten bereikten. Voor het Eurovisie Songfestival schreef hij negentien inzendingen, vaak in samenwerking met componist Ralph Siegel.
Hun eerste succes kwam in 1979 met “Dschinghis Khan” van de gelijknamige band – een carnavaleske klassieker die tot op de dag van vandaag menig feestje op gang brengt. Drie jaar later volgde Meinungers grootste triomf: “Ein bißchen Frieden”, gezongen door Nicole, bezorgde Duitsland in 1982 zijn eerste Songfestivalzege in Harrogate. Het nummer groeide uit tot een Europese evergreen, vertaald in tientallen talen.
Meinunger werd in 1944 geboren in Meiningen (Thüringen) en groeide op in Ruhla, Mainz en Isny. Na zijn studie economie promoveerde hij tot doctor in de economische wetenschappen en werkte aanvankelijk bij het ifo Instituut voor Economisch Onderzoek in München. Pas later ontdekte hij zijn ware roeping: de liedkunst. Zijn eerste grote hit was “Himbeereis zum Frühstück” (1977) van Hoffmann & Hoffmann, gebaseerd op Crossfire van The Bellamy Brothers.
Naast Siegel werkte Meinunger ook samen met Hanne Haller, Peter Maffay, Wolfgang Fierek en later met producers als David Brandes (E-Rotic, Vanilla Ninja). Onder diverse pseudoniemen – waaronder John O’Flynn en Jim Leary – schreef hij verder aan een indrukwekkend repertoire.
Bij het Songfestival leverde hij in totaal negen top 10-noteringen, waaronder “Theater” (Katja Ebstein, 1980) en “Cool Vibes” (Vanilla Ninja voor Zwitserland, 2005). Zijn laatste bijdrage dateert van 2015, toen hij voor San Marino de tekst van “Chain of Lights” schreef.
Bernd Meinunger, die op 17 oktober overleed, beschouwde zichzelf als een ambachtsman die “binnen een halve dag een tekst kon afleveren”. Hij was meer dan veertig jaar getrouwd en woonde tot aan zijn dood in Grünwald bij München. Zijn nalatenschap: een monumentaal oeuvre dat het DNA van het Duitse lied én het Eurovisie Songfestival mede heeft gevormd.
Op 29 oktober 1977 kwam ‘The Name of the Game’ van ABBA binnen in de Nederlandse Top 40. Het nummer, geschreven door Björn Ulvaeus en Benny Andersson, met tekstuele hulp van hun manager Stig Anderson, verscheen op het album The Album. De opname begon op de laatste dag van mei 1977 in de Marcus Music Studio in Stockholm, waar het grootste deel van de LP werd vastgelegd – een plaat die in Nederland platina zou halen. De werktitel luidde aanvankelijk A Bit of Myself, maar Anderson kwam met de uiteindelijk gekozen titel. Op 19 juli was de opname afgerond.
De funky intro van The Name of the Game was geïnspireerd op Stevie Wonder’s I Wish (1976) – iets wat Benny en Björn later zelf ook toegaven. Een vroege, nog onafgewerkte versie dook op in de film ABBA: The Movie (1977). Hoewel oorspronkelijk het energieke Hole in Your Soul als eerste single van The Album gepland stond, koos de groep voor een andere koers. “Het lijkt niet echt op onze eerdere nummers,” vertelde Frida later over het meer avontuurlijke The Name of the Game.
Een wereldhit werd het zeker, al niet overal even groot. In Nederland bleef ABBA steken op nummer 2, drie weken lang opgehouden door Vader Abraham’s ‘Het Smurfenlied’. In het Verenigd Koninkrijk pakte de single wél de nummer 1-positie en werd daar met goud bekroond. In Amerika strandde de song net buiten de top tien, met nummer 12 als hoogste notering in de Billboard Hot 100.
Jaren later, in 1997, gaven de Zweden zeldzame toestemming aan The Fugees om een sample van het nummer te gebruiken voor hun track Rumble in the Jungle – een mooi bewijs dat de naam van het spel tijdloos bleek.
Zeventig jaar Eurovisiegeschiedenis, 1754 liedjes, drie vuistdikke boeken. Alle Songs van het Songfestival, geschreven door Marcel Rijs en uitgegeven door Noordboek–Van Gorcum, is niets minder dan een monument voor het grootste muziekevenement ter wereld. Elk nummer dat sinds 1956 op het Eurovisiepodium werd gezongen – van Volare tot Europapa – krijgt hier zijn eigen verhaal.
Rijs, muziekkenner pur sang en werkzaam bij de Koninklijke Bibliotheek, duikt diep in de archieven en vertelt over de ontstaansgeschiedenis, de artiesten, de songteksten én de veranderende tijden. Zijn stijl is informatief, maar nooit droog: vol liefde, details en verrassende weetjes. Zo ontdek je dat David Bowie ooit Volare coverde, dat Door de wind decennia na dato dankzij Miss Montreal alsnog een hit werd, en dat de Nederlandse dirigenten tot 1999 een onmisbare rol speelden in het festivalcircus.
Het eerste deel (1956–1990) voert je langs de beginjaren waarin jazz en lichte muziek de toon zetten, tot de popdoorbraak van ABBA’s Waterloo (1974). We lezen over de vier winnaars in 1969, waaronder De Troubadour van Lenny Kuhr, de vrolijke chaos van Dinge-dong (Teach-In, 1975), het stijlvolle Après Toi van Vicky Leandros, het in Italië ondergesneeuwde Si van Gigliola Cinquetti, het succes van Johnny Logan en over vergeten parels die later cultstatus verwierven, zoals Gente di mare (1987).
Het tweede deel (1991–2010) laat zien hoe het Songfestival explodeert in diversiteit. Ierland wint in de nineties tussen 1992-1996 maar liefst viermaal het Festival, Lordi triomfeert met Hard Rock Hallelujah, Ruslana danst zich in het zweet met Wild Dances, en T.a.t.U. zorgt voor ophef met hun onvoorspelbare optreden. Zelfs als Sieneke de finale mist, blijft Ik ben verliefd (Sha-la-lie) in Nederland een klassieker.
In het derde deel (2011–2025) komt het moderne Songfestival tot leven: Duncan Laurence brengt Nederland met Arcade weer aan de top, Loreen wint met Euphoria en schrijft geschiedenis met haar tweede overwinning, het onverwachte succes voor Rosa-Linn met Snap (Armenië, nummer 20 finale) en Joost Kleins Europapa maakt furore – ondanks diskwalificatie.
De trilogie bevat meer dan duizend singlehoezen en honderden foto’s die de magie van het podium vangen. Rijs beschrijft niet alleen de winnaars, maar ook de liedjes die een blijvende indruk maakten, van Ik zie een ster tot Calm After the Storm.
Alle Songs van het Songfestival (set van drie hardcovers, €109,70) is nu verkrijgbaar bij boekhandels en o.a. Bol.com. Een schitterend naslagwerk voor iedereen die ooit meezong, meeleefde of meedroomde met het Eurovisie Songfestival.
Met “Top of the World” zet Jeangu Macrooy de volgende stap na zijn empowermenttrack “Independent Girl(s) & Nasty evil gays”. De nieuwe single is gelijktijdig met zijn album “Young, Awkward & Lonely” uitgekomen. Het is een persoonlijk en volwassen werk waarin Jeangu de balans opmaakt na zijn coming-of-agefase. Waar “Independent Girl(s)” nog sprankelde van zelfvertrouwen en sisterhood, voelt “Top of the World” als een moment van reflectie: trots, maar ook kwetsbaar.
De Surinaams-Nederlandse singer-songwriter werkte opnieuw samen met producer Jasper Zuidervaart, wat resulteert in een warm, soulvol geluid dat ergens tussen pop en r&b in zweeft. De productie is helder en ruimtelijk, met Jeangu’s karakteristieke stem als emotioneel middelpunt. Tekstueel draait het nummer om groei, verbinding en het besef dat volwassen worden geen eindpunt is, maar een proces vol vallen, opstaan en leren.