Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 4 oktober1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naar Johnny Cashmet The Chicken in Black. In deze novelty-song — geschreven door Gary Gentry — liet Johnny Cash zijn brein vervangen door dat van een overleden bankrover, met alle komische chaos van dien. De single haalde in Amerika nummer 45 in de Billboard Hot Country Songs, en bleef in Nederland steken op vier weken Tipparade.
Cash was aanvankelijk blij met het resultaat, maar dat sloeg snel om. Familie en collega’s reageerden vernietigend op de videoclip. Waylon Jennings zei zelfs dat Cash eruitzag als een “buffoon”, oftewel een lachwekkende dwaas. Rosanne Cash noemde de song het dieptepunt van zijn jaren tachtig-periode.
Johnny zelf sprak later ook klare taal: hij vond de single “godawful” en “het enige dat ik ooit echt heb gehaat.” Een fascinerende, maar vooral bizarre voetnoot in zijn carrière.
Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 27 september1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naarRalph McDonald & Bill Withersmet In the Name of Love.
Ralph MacDonald was in 1984 bepaald geen onbekende in de studio’s: als veelgevraagd percussionist én songwriter had hij al talloze soul- en jazzklassiekers op zijn naam staan. Zijn samenwerking met Bill Withers liep als een rode draad door zijn carrière. Na het wereldsucces van Just The Two Of Us en eerdere composities met William Salter, vonden de drie elkaar opnieuw voor In the Name of Love. Het nummer staat op MacDonalds album Universal Rhythm, een plaat waarin zijn Caribische achtergrond, jazzgevoel en popinstinct prachtig samenkomen.
Withers’ herkenbare, warme stem tilt de track subtiel op, terwijl MacDonalds percussie en arrangementen die typische soepele ‘mid-80s’ glans geven. Het leverde geen hit op, maar zes weken Tipparade bewijzen dat de plaat wél bleef hangen — een vergeten samenwerking die muzikaal meer waarde heeft dan de lijsten destijds lieten zien.
Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 20 september1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naar Video Kidsmet Woodpeckers From Space. Het was de debuutsingle van een Nederlandse eurodisco-duo, uitgegeven in 1984 op Boni/Break Records. Het nummer, geschreven en geproduceerd door – daar heb je ze weer – oud-Catapult-mensen (Aart Mol, Cees Bergman, Elmer Veerhoff, Erwin van Prehn en Geertjan Hessing)
De single was een synthpop-bewerking van The Woody Woodpecker Song met Speak & Spell-samples en gegaleerde, kinderlijke hooks. Vocals kwamen van Bergman, Hessing en Anita & Sylvia Crooks; de iconische “Woody-lach” werd door Hessing ingespeeld. Om juridische problemen met Universal te vermijden creëerden ze mascotte Tico Tac, de “spacepecker”. De videoclip—gespeeld door Peter Slaghuis en Bianca Bonelli—werd opgenomen in het Airplane Museum (Schiphol) en versterkte de gimmick-appeal. Woodpeckers From Space was succesvol in Europa, zoals een nummer 1 notering in Noorwegen en Spanje en top 10 in Duitsland; hier bereikte de single nummer 14 in de Nederlandse Top 40.
Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 6 september1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naar Tullio de Piscopo met Stop Bajon. De zomer van 1984 liep op zijn eind toen de TROS koos voor deze track met een onmiskenbaar zuidelijk temperament van Tullio De Piscopo. De Napolitaanse drummer, percussionist en zanger was in eigen land al een gevestigde naam, maar voor de meeste Nederlanders was dit hun eerste kennismaking met zijn energieke mix van jazz, funk en mediterrane flair.
Het nummer Stop Bajon, geschreven door Pino Daniele, swingde als een dolle — met tropische blazers, een funky baslijn en dat onweerstaanbare “Primavera!”-refrein dat direct zon op je gezicht toverde. Toch bleef het liedje hier steken in de Tipparade, waar het vijf weken genoteerd stond zonder de Nederlandse Top 40 te halen. In Italië daarentegen werd Stop Bajon een nummer 1-hit.
De Piscopo had al een indrukwekkende staat van dienst als sessiedrummer voor grootheden als Chet Baker, Franco Battiato en Ástor Piazzolla, maar met Stop Bajon liet hij horen dat hij ook als soloartiest een uniek ritmegevoel bezat. Een vergeten Paradeplaat die nog altijd ruikt naar zon, strand en espresso met een beat.
Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 23 augustus 1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naar Roberto Jacketti & The Scooters met Make Me Cry. Een logische stap, want de Haagse band was dat jaar dé sensatie van de Nederlandse popscene. De single, geschreven door frontman Erik van der Hoff, werd geproduceerd door Ruud Mulder (Spargo) en Angela Groothuizen (Dolly Dots) – twee zwaargewichten die het jeugdige enthousiasme van de groep wisten te vangen in een fris popgeluid met ska-invloeden.
De band ontstond begin jaren tachtig als middelbare schoolproject, met Van der Hoff en drummer Jeroen Booy als vaste kern. Dankzij een toevallige connectie – Booy’s vader was chauffeur van de Dolly Dots – belandde hun demo bij Groothuizen, die het talent van de jongens meteen herkende.
Na de doorbraakhit I Save The Day (nr. 3 in de Nederlandse Top 40) bevestigde Make Me Cry hun succes. De single bereikte de 7e plaats in zowel de Nederlandse Top 40, de Nationale Hitparade als de TROS Top 50. Dankzij het succes kregen ze eind 1984 een Zilveren Harp.
Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 23 augustus 1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naar Normaal met Politiek. Het nummer werd geschreven door Bennie Jolink en Albertus Migchelbrink en het stond op de verzamelaar 12,5 Jaar van het label Arcade.De LP stond vol met successen van Normaal, zoals Mama Woar Is Mien Pils, Deurdonderen, Hendrik Haverkamp en een live uitvoering van Oerend Hard, waarmee het succes allemaal begon.De single Politiek werd destijds geboycot door Frits Spits die de single een “vorm van botte grappenmakerij” noemde. Ondanks de boycot in het populaire radioprogramma De Avondspits, haalde Normaal de 10e plaats in de Nederlandse Top 40.
Op 16 augustus 1984 verkoos de TROS op Hilversum 3 Tina Turner’s What’s Love Got To Do With It tot Paradeplaat. Het nummer, geschreven door Terry Britten en Graham Lyle, betekende Turners definitieve comeback na jaren van stilte. De track verscheen op haar vijfde studioalbum Private Dancer en werd uitgebracht door Capitol Records.
De song, aanvankelijk aangeboden aan Cliff Richard en later Bucks Fizz, kreeg pas glans toen Turner haar doorleefde stem aan de cynische tekst over liefde en onafhankelijkheid verbond. De productie, met zijn subtiele synths en laidback groove, contrasteerde prachtig met haar rauwe vocalen.
In de Amerikaanse Billboard Hot 100 groeide What’s Love Got To Do With It uit tot haar grootste hit: nummer 1, goed voor ruim 2 miljoen verkochte exemplaren en leverde het Tina een gouden plaat op. In Engeland bereikte ze de 3e plaats (en uiteindelijk platina), terwijl de single in de Nederlandse Top 40 strandde op slechts nummer 15.
What’s Love Got To Do With It leverde Turner drie Grammy Awards op, waaronder Record of the Year, en werd later opgenomen in de Grammy Hall of Fame. Met 44 jaar schreef Tina muziekgeschiedenis — niet als rockdiva, maar als trotse overlevende die bewees dat soul geen leeftijd kent.
Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 9 augustus 1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naar Stevie Wonder met I Just Called to Say I Love You, Het nummer zou niet veel later uitgroeiden tot Stevie Wonder’s grootste hit in Nederland. Het nummer, geschreven voor de soundtrack van de film The Woman In Red, werd zijn 21e notering in de Nederlandse Top 40 en bereikte de nummer 1-positie.
Stevie Wonder was al een tijdje bezig met het lied toen Dionne Warwick hem vroeg een bijdrage te leveren aan de soundtrack van The Woman In Red. Wonder besloot I Just Called te laten horen, waarna Lionel Richie hem hielp bij de productie. De single groeide uit tot een wereldsucces: in Amerika behaalde het een gouden status en in Nederland stond het bovenaan de Nederlandse Top 40. Bovendien leverde het Wonder een Oscar op voor Best Original Song.
Het nummer verscheen op de soundtrack The Woman In Red (1984), die Wonder samen met Gary Olazabal produceerde. Van de negen tracks schreef hij er acht, waaronder twee duetten met Dionne Warwick. I Just Called To Say I Love You werd volledig door Wonder geschreven, geproduceerd en ingespeeld. Leuk weetje: De video van de single, waarin Wonder te zien is met een telefoon aan zijn oor, werd opgenomen in de Rotterdamse Ahoy.
Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 2 augustus 1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naar Robert Paul met Heb ik daar m’n schoenen voor gepoetst! Soms zegt een titel al genoeg, en in dit geval ook meteen alles: absurd, komisch en typisch jaren tachtig. Robert Paul, geboren in Amsterdam in 1949, was in die tijd vooral bekend als meester-imitator van Nederlandse beroemdheden. Zijn single Heb ik daar m’n schoenen voor gepoetst leverde hem op 2 augustus 1984 de Paradeplaat op bij Veronica en schopte het tot nummer 33 in de Nederlandse Top 40. Geen gigantische hit, maar wel een opvallende.
Het nummer is eigenlijk een imitatiemedley waarin Paul zich uitleeft in stemmen van Sjef van Oekel, Herman van Veen, Ben Cramer, André Hazes en zelfs Frank Sinatra. Tussendoor keert steeds het absurde refreintje terug van Sjef van Oekel: “Heb ik daar m’n schoenen voor gepoetst?”. Daarmee balanceert de plaat tussen cabaret en carnavaleske pop, een genre dat zelden de hitlijsten haalde maar in de jaren tachtig dankzij Veronica’s Paradeplaat tóch kon opvallen.
Paul was geen onbekende in de amusementswereld: al in 1971 won hij een TROS-talentenjacht door figuren als Godfried Bomans en karakters uit De Fabeltjeskrant overtuigend neer te zetten.
Elke week staan we stil bij de Paradeplaat. Op chronologische volgorde komen de keuzes langs op Hitzound. en vandaag spoelen we terug naar 26 juli 1984. Op deze dag ging de TROS Paradeplaat naar Silvio met I’m Your Son, South America. Het nummer, geschreven door Pappa Zarro en Walter Ortel (een alias van Piet Souer) en geproduceerd door Souer zelf, markeerde de laatste grote opleving van de Brabantse popgroep Silvio.
Silvio bestond uit Henk Wouters, Eraj van Peppel, Egbert van Rossum, Henny Jansen, Wim Eekels en zanger/gitarist Rini de Wit. Onder leiding van Souer werd de originele naam Het Silvio Sextet ingekort tot simpelweg Silvio, en koos men resoluut voor Engelstalig repertoire. Dat betaalde zich uit: de groep had in 1974 succes met hun eigen nummer Marian Come Back Home (11e in de Nederlandse Top 40) en ook opvolger Vera deed het uitstekend.
Helaas kende de band ook tegenslagen: de derde single Spain I Love You werd door de platenmaatschappij als A-kant gepusht, tegen de wens van de groep in, die liever Angie My Love hadden uitgebracht. De plaat flopte, maar in 1976 werd Angie My Love alsnog een grote hit. Daarna bleef het stil tot 1984, toen I’m Your Son South America onverwacht de harten van radioluisteraars veroverde. In 1980 was het nummer ook al uitgebracht maar zonder succes. Vier jaar later, met het predicaat Paradeplaat piekte Silvio op de 9e plaats in de Nederlandse Top 40.