• Twitter
  • Facebook

De ophef rond Israël en het Eurovisie Songfestival neemt opnieuw toe. Aanleiding is een onderzoek van The New York Times, waarop de Zweedse krant Aftonbladet deze week verder inzoomde. Volgens die publicaties gebruikt de Israëlische overheid het Songfestival al jaren als instrument voor internationale promotie van het land.

Na de winst van Netta met Toy in 2018 zou die strategie flink zijn uitgebreid. Voor Eurovision 2024 in Malmö werd volgens het onderzoek ruim 800.000 dollar vrijgemaakt voor internationale promotiecampagnes. Dat geld kwam volgens Aftonbladet grotendeels van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook een afdeling van het kantoor van premier Benjamin Netanyahu, gespecialiseerd in buitenlandse beeldvorming en “hasbara”, zou betrokken zijn geweest bij campagnes om stemmen voor Israël te stimuleren.

De promotie verliep via YouTube, TikTok, Instagram en online advertenties in meerdere talen. Volgens het onderzoek draaide het niet alleen om algemene promotie van de Israëlische inzending, maar nadrukkelijk om het mobiliseren van televoters.

Juist dat ligt gevoelig. De EBU voerde eind 2025 strengere regels in tegen agressieve stemcampagnes. Toch kreeg de Israëlische omroep KAN afgelopen weekend opnieuw een officiële waarschuwing nadat kijkers in promotievideo’s werden opgeroepen maximaal op Israël te stemmen. KAN ontkent dat de campagne door de regering werd aangestuurd.

Vanavond is de eerste halve finale van het 70e Eurovisie Songfestival.

Copyright © 2026, Hitzound, All rights reserved

 
Translate »
Share This