Loïs Lane duikt opnieuw de grachten in! De zussen Monique en Suzanne Klemann brengen vrijdag hun single This Is Amsterdamned uit, een gloednieuw nummer geschreven voor Amsterdamned II, het vervolg op Dick Maas’ legendarische thriller uit 1988. De film, waarin opnieuw Huub Stapel te zien is, ditmaal naast Holly Mae Brood, verschijnt in december in de bioscoop.
Voor Loïs Lane voelt dit als een stijlvolle cirkel die rond is. Hun echte kennismaking met het Nederlandse publiek kwam in 1987 met Break It Up, een radiohit die hun frisse, soulvolle popgeluid introduceerde. Een jaar later volgde hun grote doorbraak met de titelsong Amsterdamned, waarna hits als It’s the First Time en Fortune Fairytales hun status als popiconen van de late jaren tachtig bevestigden.
Met This Is Amsterdamned brengen de Klemann-zussen hun filmische roots opnieuw tot leven — mysterieus, modern en met dezelfde flair waarmee ze destijds de Nederlandse popmuziek opschudden. De grachtengordel wordt opnieuw gevaarlijk… en onweerstaanbaar Loïs Lane.
Twee Grammy-winnaars, één kerstklassieker in wording. Leon Bridges en Norah Jones bundelen hun warme stemmen in “This Christmas I’m Coming Home”, een tijdloos duet dat ruikt naar open haarden, soul en nostalgie. Geschreven door Jones en Leon Michels (bekend van o.a. The Black Keys) en geproduceerd door Michels, ademt het nummer die verfijnde vintageklank die Bridges ook op zijn laatste album ‘Leon’ liet horen. This Christmas I’m Coming Home is geen bombast, geen kitsch – gewoon pure warmte in drie minuten. Na zijn recente single “Hold On” zet Bridges hiermee de toon voor een sfeervolle decembermaand.
Na het monumentale succes van Pastorale (1969) probeerden Ramses Shaffy en Liesbeth List het kunstje nog eens over te doen met In de armen van de stad. De magie tussen de twee was onmiskenbaar – Ramses, de flamboyante bohemien met zijn doorleefde stem, en Liesbeth, de elegante chansonnière die zijn dramatische lading perfect wist te vangen. Het nummer, geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, ademt dezelfde poëtische melancholie als hun grootste hit, maar kreeg nooit de erkenning die het verdiende.
De tekst schetst een liefde voor de stad, maar ook het eenzame bestaan dat schuilgaat achter de façades van cafés en straten. De arrangementen zijn rijk en filmisch, met een subtiele spanning tussen hoop en desillusie — precies de toon waarin Ramses en Liesbeth elkaar vonden. Ondanks de kwaliteit wist In de armen van de stad de Top 40 niet te halen; het bleef steken in de Tipparade, waar het vier weken stond in 1970.
Toch is het nummer een vergeten juweel uit de gezamenlijke carrière van twee iconen die elkaar vonden in kunst, vriendschap en verdriet. Zoals Liesbeth later zei: “Shaffy en List, dat was magie. Alsof we elkaar al uit een vorig leven kenden.”
Op 31 oktober, maar dan in 1981, kwam O Superman van Laurie Anderson binnen in de Nederlandse Top 40. Een bizarre gebeurtenis, want het minimalistische, acht minuten durende kunstwerk leek allesbehalve een hit. Toch bereikte het nummer uiteindelijk de 9e plaats, mede dankzij Frits Spits, die het tot Steunplaat uitriep. Andersons hypnotiserende compositie – opgebouwd uit 1246 keer het herhaalde “ha”, wat Casio-loopjes en haar vervormde stem via een vocoder – werd daarmee de langste Top 40-hit van dat moment.
Het nummer ontstond niet uit muzikale, maar uit politieke inspiratie. Laurie vertelde later: “In 1979 bestormden Iraanse studenten de Amerikaanse ambassade in Teheran. Amerika probeerde met helikopters de gijzelaars te bevrijden, maar ze stortten neer in de woestijn. We bleven achter met dode lichamen en brandend puin. Ik dacht: ik schrijf een lied over het falen van technologie.” Ze had net een aria gehoord uit Massenets Le Cid, die begon met Ô Souverain, ô juge, ô père. Anderson vervormde die tot O Superman, O judge, O mom and dad – een gebed tot de macht, dreigend en alledaags tegelijk.
O Superman is tegelijk poëzie, performance en protest – een zeldzaam moment waarop avant-garde muziek wereldwijd de hitlijsten bereikte.
Lily Allen laat opnieuw van zich horen met Pussy Palace, de nieuwe single én meest besproken track van haar pas verschenen conceptalbum West End Girl. De Britse zangeres fileert daarin met vileine humor en genadeloze eerlijkheid haar gestrande huwelijk — al noemt ze het zelf liever “autofiction”: een mengeling van waarheid en verbeelding.
In ‘Pussy Palace’ beschrijft Allen hoe ze spullen van haar ex naar zijn “tweede appartement” brengt, om daar tot haar schrik een arsenaal aan seksspeeltjes, glijmiddel en condooms te ontdekken. “I didn’t know it was your pussy palace… I always thought it was a dojo,” zingt ze vilein. De “dojo”-metafoor – een plek van discipline en zelfontplooiing – krijgt in dit nummer een ironische draai: hier wordt niet gemediteerd, maar geëxperimenteerd.
Fans en roddelbladen speculeren gretig over verwijzingen naar haar echtgenoot David Harbour en diens New Yorkse loft uit een Architectural Digest-tour. Maar Allen zelf houdt het mysterieus: “Not every lyric should be taken as gospel.”
Met haar scherpe pen, droge humor en pijnlijke eerlijkheid bewijst Lily Allen dat wraak het lekkerst klinkt op beats — en dat Pussy Palace haar venijnigste track sinds Smile is.
Met Borderline toont Lucas Hamming een nieuwe, volwassen kant van zichzelf. De single – afkomstig van zijn album Moodswings – is rauw, melodieus en persoonlijk, en balanceert muzikaal precies op de grens tussen melancholie en bevrijding. Geen wonder dat het nummer deze week is uitgeroepen tot Music Radio For All Hit van de Week. Hamming schuwt geen enkel gevoel: van opzwepende gitaren tot breekbare zanglijnen, alles klinkt eerlijk en intens.
Ondertussen zit Lucas bepaald niet stil. Na zijn clubtour dit najaar – met shows in o.a. Leiden, Alkmaar en Eindhoven – bereidt hij zich voor op een nieuwe hoofdrol in de officiële Queen-musical We Will Rock You, die in maart 2026 in première gaat. Daar vertolkt hij de rol van Britt, naast Magtel de Laat als Scaramouche. Na zijn gelauwerde optreden als Judas in Jesus Christ Superstar is dit opnieuw een passende uitdaging voor de rockzanger die zijn grens blijft verleggen.
De Amerikaanse bassist en mede-oprichter van Limp Bizkit, Sam Rivers, is overleden op 48-jarige leeftijd. De band maakte het verdrietige nieuws bekend op sociale media en noemde Rivers “niet zomaar onze bassist, maar de ziel van ons geluid.” Afgelopen 26 maart speelde hij nog samen met Limp Bizkit in een uitverkochte Ziggo Dome.
Samen met Fred Durst, John Otto en DJ Lethal richtte Sam Rivers in 1994 Limp Bizkit op. De groep werd een van de vaandeldragers van de nu-metalbeweging eind jaren ’90, met wereldhits als Take a look around, My Way en Behind blue eyes. Hun unieke mix van metal, hiphop en rauwe energie leverde wereldwijd meer dan 40 miljoen verkochte albums op.
Rivers’ soepele, funk-geïnspireerde baslijnen waren een essentieel onderdeel van de herkenbare Limp Bizkit-sound. In 2000 werd hij bekroond met de Gibson Award voor beste bassist. De doodsoorzaak van Sam Rivers is nog niet bekendgemaakt.
De Belgische componist en muziekproducent Leo Caerts is overleden. Hij werd 94 jaar. Caerts, afkomstig uit Heppen (Leopoldsburg), schreef muziek voor onder meer Will Tura, Marva, Jo Vally en Rita Deneve, maar zijn naam werd vooral wereldberoemd door “Eviva España”, gezongen door Samantha. Het nummer werd in tientallen talen gecoverd en verkocht meer dan 40 miljoen exemplaren. In Nederland kennen we het nummer van Imca Marina, die er in 1972 een zomerhit mee scoorde in de Veronica Top 40. Onder de naam Dimitri Dourakine scoorde Caerts eind jaren zestig al een internationale hit met Kasatsjok. Zijn melodieën brachten zon, feest en flair — en zijn muziek leeft voort, zelfs in Spaanse voetbalstadions waar Eviva España nog altijd klinkt.
Het is vandaag 4 oktober en dus Dierendag! Deze dag is gewijd aan het bevorderen van dierenwelzijn en het vergroten van de bewustwording over de rechten van dieren. Wat past er beter bij deze dag dan een nummer over een … paard! Luv’ bezong er in 1978 eentje van mythische proporties: Trojan Horse. Nou ja, niet letterlijk een dier, maar symbolisch genoeg voor een dag waarop de viervoeters in het zonnetje staan. Met deze single schoten Marga, José en Patty opnieuw recht het hitparadezadel in.
Geschreven door het gouden duo Janschen en Janschens – oftewel Hans van Hemert en Piet Souer – is Trojan Horse een onweerstaanbare mix van camp, charme en eurodisco. De dames brengen het met hun kenmerkende knipoog: vrolijk, verleidelijk en nét een tikje stout. Muzikaal zit het vol met die typische late jaren ’70-glans: blazers, koortjes, en een catchy refrein dat je onmogelijk uit je hoofd krijgt.
Het nummer verscheen op hun album With Luv’, dat eigenlijk beter “Greatest Hits So Far” had kunnen heten, want ook My Man, U.O.Me en You’re The Greatest Lover stonden erop. Die laatste was al een nummer 1-hit, maar met Trojan Horse herhaalde Luv’ dat kunstje moeiteloos: weer de eerste plaats in de Nederlandse Top 40. En niet alleen hier – het paard galoppeerde door naar de hitlijsten van half Europa, Zuid-Afrika, Australië en zelfs Canada. Meer dan een miljoen verkochte singles: geen kattenpis.
Paul Verhoeven pikte het nummer later op voor zijn film Spetters (1979), waarmee Trojan Horse ook een stukje Nederlandse popcultuurgeschiedenis werd.
The Last Dinner Party keert vandaag terug met Second Best, een single die al lang op hun setlists circuleert en nu eindelijk officieel het levenslicht ziet. Het nummer bouwt verrassend dromerig op, waarna Abigail Morris’ stem door een strakke riff heen breekt: donker, groovend en toch onweerstaanbaar melodieus. Tekstueel raakt de track een persoonlijke snaar. Gitarist Emily Roberts schreef vanuit de pijn en woede van ooit ‘tweede keuze’ te zijn, maar ook vanuit de kracht om dat verleden om te zetten in triomf. De single volgt op This Is The Killer Speaking en The Scythe, en luidt de komst in van het tweede album From The Pyre (17 oktober). Waar de hype rond hun debuut Prelude to Ecstacy aanvankelijk allesbepalend leek, bewijst Second Best dat de band zich heeft gevestigd als blijvende kracht in de Britse indierock. Op 1 maart 2026 staan de vijf in AFAS Live, Amsterdam.